Wielen richten

Als je wiel tijdens het fietsen zijdelings heen en weer beweegt heb je een slag in je wiel. Dit kan allerlei lastige en zelfs gevaarlijke (!) gevolgen hebben: Remblokjes kunnen aanlopen en een stevige slag kan een negatief effect hebben op de remwerking. Het beurtelings harder remmen van het linker en rechter remblokje kan zorgen dat je fiets schokgewijs remt. Daarnaast is een slag een teken dat er iets mis is met je wiel. Naast een foutieve spaakspanning kan het betekenen dat je één of meerdere losse of gebroken spaken in je wiel hebt, of het kan zelfs duiden op een probleem met de velg zelf (breuken, butsen etc). In extreme gevallen kan het een voorteken zijn dat je wiel elk moment kan bezwijken. Op deze pagina zullen we beschrijven hoe je jezelf verder wielentrauma kan besparen door te leren hoe je je wielen kan onderhouden. Een recht wiel is immers een sterk wiel.


Het wiel controleren

Maak het wiel eerst goed schoon want door een laag vuil kan je moeilijk gebreken herkennen. Hoe staat het met de velg? Zitten er butsen in? Controleer gelijk de dikte van de velgrand. Als je velgremmen gebruikt, zal je velg ook slijten. Een gezonde velg heeft een vlak remvlak. Als dit erg hol is geworden, is het tijd voor een nieuwe velg! Op de foto rechts is een buts te zien (rode pijl). Omdat de velg al veel (rem)kilometers had gemaakt, was de velgrand verzwakt, en is samen met de buts een barst ontstaan (blauwe pijl). Deze velg moest dus vervangen worden. 
 

Als de velg gezond is bevonden, moet je de spaakspanning controleren. Pak met één hand telkens twee spaken beet, en knijp ze stevig naar elkaar toe. De spaken mogen elk niet veel meer dan 0,5 cm uitwijking vertonen. Als de uitwijking per spaak 1 cm of meer is, is de spanning te laag. Losse of gebroken spaken zullen zich met deze methode direct openbaren. Controleer het hele wiel door het met de beschreven methode sytematisch af te werken. Mocht je een of meer gebroken spaken vinden, dan moeten deze vervangen worden. Beter kan je dan het wiel dan helemaal opnieuw (laten) bouwen met nieuwe spaken om toekomstige spaakbreuk te voorkomen. Kijk als laatste ook nog even naar de naaf. Zijn de flensen nog intact? Barstjes tussen de spaakogen duiden op een ernstig verzwakte naaf, waar je zeker niet op door moet fietsen!
Nu de algehele toestand van het wiel bekend is, kan je concluderen of het zin heeft het te gaan richten. Bij spaakbreuk of schade aan velg of naaf moet je onderdelen gaan vervangen maar dit laten we nu even buiten beschouwing. 

Zorg ervoor dat je het juiste gereedschap hebt om je wiel te gaan richten. Je hebt daarbij minimaal een passende (!) spaaksleutel nodig. Je kan je wiel dan enigszins richten in je fiets, waarbij je je remblokjes gebruikt om de centering van je wiel te controleren, maar dat soort activiteiten kan je beter bewaren voor noodreparaties in het terrein. 

Als je het goed wil doen, moet je een wielrichter gebruiken. Wielrichters zijn niet al te duur in aanschaf en kunnen je een hoop geld besparen omdat je niet langer je wielen naar een fietsenzaak hoeft te brengen. Daarnaast is een centreerboog geen overbodige luxe, omdat je daarmee eenvoudig kan meten of de velg wel precies in het midden staat ten opzichte van de naaf.

Haal de band van de velg, en zet het wiel in de wielrichter. Zorg ervoor dat de naaf goed ingeklemd is zodat deze niet kan verschuiven tijdens het richten.

Het wiel richten

Indien er losse spaken in het wiel zitten moet je deze eerst weer op spanning brengen door de bijbehorende nippels aan te draaien. Spaken hebben gewone rechtse draad, dus draai de nippels rechtsom (rode pijl) om de spanning te verhogen. Let er op dat je de spanning van de losse spaken niet te hoog opvoert. Houd de gemiddelde spanning van de spaken in het wiel aan als richtlijn. Nu de spaakspanning in het gehele wiel weer ongeveer gelijk is, zal de ergste slag er ook uit zijn en nu kan het echte richten beginnen.

Gebruik de stelschroeven op de wielrichter om de voelers dicht bij de velg te brengen. Draai het wiel rond en stel de voeler zo af dat hij gedurende minder dan 50% van de omtrek de velg raakt. Pak met je linkerhand de spaak waarbij de voeler gaat aanlopen, en trek het wiel onderlangs en in de draairichting naar je toe tot het punt waar de voeler niet meer aanloopt. Het is nu de bedoeling de spaakspanning te wijzigen zodat de velg over dit gebied vrij gaat lopen van de voeler. Dit kan door de spaaknippels aan één zijde enigszins losser te draaien, en de nippels aan de andere zijde iets vaster. Werk hierbij met 1/2, 1/4, of 1/8 slagen en zorg ervoor dat je de spaakspanning gelijk houdt door de spaken aan de ene zijde net zoveel aan te draaien als je ze aan de andere zijde losdraait. Wissel de voelers om beurten af om het wiel enigszins gecentreerd te houden. Werk in steeds kleinere stapjes tot de velg helemaal recht is. 
Als de velg nagenoeg helemaal recht is, is het noodzakelijk de velg op een hoogteslag te controleren. Hiervoor dient de brede voeler onderaan de wielrichter. Stel hem in zodat hij slechts af en toe de velg raakt. Op de plaatsen waar hij de velg raakt moet je de spaaknippels van de linker èn rechterspaken evenveel aandraaien. Waar de velg ver loskomt van de voeler moet je de spaken evenveel losdraaien. Doe dit tot de velg binnen 0,5 mm van de voeler blijft, en de voeler niet langer aanloopt. Het kan noodzakelijk zijn de voeler herhaaldelijk af te stellen. Controleer na het verwijderen van de hoogteslag nogmaals of er per ongeluk geen zijdelingse slag is ontstaan. Indien dat wel zo is, moet je het wiel nogmaals zijdelings richten. 
Ten slotte moet het wiel gecentreerd worden. Leg de centreerboog op de velg en stel de voeler in zodat de hij de naaf raakt. Meet niet tot de as, maar tot het aanslagpunt! Vergelijk de afstand van de voeler aan beide zijden van het wiel en plaats het wiel vervolgens weer in de wielenrichter. Centreer de velg door de spaaknippels aan een zijde met 1/4 slag aan te draaien. Draai de spaaknippels aan de andere zijde evenveel los en gebruik hierbij het ventielgat als referentiepunt. Controleer nu weer de centrering met de boog, en herhaal dit proces tot de velg precies in het midden staat. Bekijk nu de algehele spaakspanning. Is deze te laag, draai dan alle nippels een 1/4 slag aan. Herhaal dit proces tot de spanning rondom hoog genoeg is. Vergeet niet het wiel na te drukken zodat de nippels zich 'zetten'. Doe dit door de naaf op de grond te plaatsen en rondom op de velg te duwen. Controleer dan nogmaals of het wiel helemaal recht is, en richt eventueel na. Het wiel is nu klaar voor gebruik!


Let op! WTOS noch de auteurs zijn aansprakelijk voor materiele, financiele, of lichamelijke dan wel geestelijke (!) schade welke zou kunnen ontstaan bij het uitvoeren van werkzaamheden aan de hand van de op deze site aangeboden informatie!